'Het volste vertrouwen in school'

 

Diego RooyakkersDiëgo Rooyakkers, een goedlachse jongen, is zeven jaar. Hij zit in groep 4 bij Juf Sandra Wouters op basisschool De Springplank in Eindhoven. Hij was bijna vijf toen hij te horen kreeg dat hij diabetes type 1 had. Zijn reactie: “Ik hoop het niet!” Toch was het zo. Nu is diabetes een onderdeel van zijn leven geworden waar hij heel nuchter mee omgaat. En de school ook.

 

Onzekerheid in het begin

De opa van Diëgo, Hans Prinsen, die een groot deel van de zorg voor Diëgo op zich neemt, weet het nog goed: “Het was wel even een klap toen we de diagnose te horen kregen. Want wat komt er allemaal op je af? Wat voor invloed gaat dat op zijn leven hebben? Hoe gaat dat met het prikken en spuiten? Hoe doen we het met school?” Het was heel spannend allemaal.” Diëgo haakt in: “Dat spuiten was écht niet fijn. Ik kreeg er ook een hele grote blauwe plek van. Nu heb ik een insulinepomp en dat is veel fijner. Alleen als het naaldje in m’n spier komt, doet het keiveel pijn. En soms schiet het los of slaat het meteen dicht. Dat is lastig. Maar dan zet opa een nieuwe. Bolussen kan ik trouwens wel zelf.”

 

Hans: “In het begin ben je gewoon onzeker, je pakt wel honderd keer per dag het boek erbij. Toen ik voor het eerst de pomp moest aansluiten, was ik wel drie kwartier bezig met dat naaldje. Nu is het in drie minuten gebeurd. En die onzekerheid was er uiteraard ook toen hij voor het eerst met z’n ‘priktas’ naar school ging. Natuurlijk hadden we alles vooraf goed doorgesproken en ben ik altijd bereikbaar, maar toch. Nu na twee jaar, kan ik alleen maar zeggen dat school er fantastisch mee om is gegaan. Ze hebben mijn volste vertrouwen.”

 

De normaalste zaak

Directeur Jos van Tuijl en Juf Sandra zijn blij met het compliment, maar relativeren het al snel. Sandra: “Och, ik hoef helemaal niks te doen. Diëgo doet het allemaal zelf. Hij moet zich zo’n 8 - 12 keer per dag prikken, dus ook een aantal keer hier op school. Dat houd ik wel in de gaten. Als het nodig is, moet hij bolussen en ook dat doet hij zelfstandig. Elke ochtend zit er een briefje in z’n broodtrommel met het insulineschema van die dag waar Diëgo zich dan keurig aan houdt. Als ik vragen heb, dan kan ik altijd met Hans bellen en dat doe ik dan ook regelmatig, in het begin zelfs een paar keer per dag. In feite heb ik meer een controlefunctie, hou hem een beetje in de gaten.

 

Diëgo zit nu voor het tweede jaar in mijn klas en ik herken de signalen als hij te hoog of te laag zit. Dan prikken we even, neemt hij zo nodig wat te eten en blijft hij met de pauzes even rustig binnen.” Diëgo lacht: “Da’s helemaal niet erg, want dan maken we het binnen gewoon leuk en gezellig.” Jos: “Diabetes is voor ons de normaalste zaak van de wereld. Misschien wel mede ingegeven doordat ik zelf een zoon met diabetes heb. We gaan elk jaar met de leerkrachten die een leerling met diabetes in de klas hebben naar de bijeenkomsten van Diabeter zodat we allemaal goed op de hoogte zijn en blijven. Want je moet er gewoon vanuit gaan dat het een keer verkeerd gaat. In zo’n geval moet je weten hoe je moet handelen. Bovendien kan Sandra ook ziek worden, dan moeten andere leerkrachten de zorg overnemen.”

 

De menselijke hulpfunctie

Jos: “We proberen elk kind dus een zo goed mogelijke begeleiding te geven. Maar uiteindelijk ligt de eindverantwoordelijkheid wel bij de ouders en verzorgers. Toch is het heel simpel: als mens help je gewoon een ander mens als die een probleem heeft. Vandaar dat het ook goed is dat onderwijspersoneel tegenwoordig handelingen mag verrichten in het kader van de diabeteszorg. Het is te gek voor woorden dat kinderen vroeger niet het regulier onderwijs konden volgen vanwege hun diabetes. Maar ik wil er wel kanttekeningen bij plaatsen. Ik vind het namelijk ook een risicovolle ontwikkeling. Want waar ligt de grens? Welke zorg komt er nog meer op ons af? Er ligt al heel veel op het bordje van de leerkracht; daar kan niet heel veel meer bij. Daarnaast kun je het hebben over de aansprakelijkheid.”

 

De juiste instelling

Hans: “School vervult een cruciale rol als het mis gaat. Ik zeg altijd maar zo: eerst 112 bellen en dan mij pas. Want inderdaad, het kan een keer verkeerd lopen. Diëgo schommelt heel erg in zijn waardes. Als hij stress heeft, schiet het als een speer omhoog; een verkoudheid, zomer, winter, spontaan een potje gaan voetballen, het heeft bij hem direct invloed.” Diëgo: “Ja, maar als ik dan iets heb gedaan wat niet goed was, doe ik het voortaan niet meer, ik ga dat risico niet lopen met mijn lichaam.” Hans, Jos en Sandra lachen met die wijze woorden van de zevenjarige.

 

Hans: “Er is veel veranderd in de afgelopen twee jaar. Diëgo begrijpt het steeds beter. En ook ik voel het nu beter aan. Je leert hoe zijn lichaam reageert. Je ontwikkelt een soort intuïtie. Maar nu komen we weer in een andere fase. Als hij zijn zwemdiploma’s heeft gehaald, wil Diëgo dolgraag gaan voetballen. Dat vind ik dan wel weer spannend. Want hoe zal dat gaan? Zo zijn er altijd nieuwe dingen die op je pad komen. Maar goed de eerste keer naar school was spannend, de eerste keer naar een feestje, de eerste zwemles: het is allemaal goed gegaan. Dankzij het feit dat we steeds goed overleggen en zorgvuldig nadenken. En dankzij de positieve instelling van Diëgo natuurlijk.”

 

< Terug naar ervaringsverhalen