Snoep en diabetes

 

U mag alles eten met diabetes. Dus ook suiker. Maar het is wel heel belangrijk dat u gezond en gevarieerd eet. Dat is zelfs een voorwaarde om u fitter en gezonder te voelen. Betekent dat dan dat u niet meer mag snoepen?

 

Let op de hoeveelheid koolhydraten

Nee hoor. Vroeger werd dat advies nog wel vaak gegeven. Inmiddels is bekend dat andere voedingsmiddelen, zoals wit brood en aardappelen, een veel grotere invloed hebben op de bloedglucose dan suiker zelf. Wie op de hoeveelheid koolhydraten let, mag best af en toe een snoepje of een klein stukje taart. Zeker als je ter compensatie minder brood of aardappelen eet.

 

Kunstmatige zoetstoffen

Voor de echte zoetekauw kan diabetes wel een hele uitdaging zijn. Gelukkig zijn er snoepjes, koekjes en taart met suikervervangers. Daarin zitten weinig tot geen suikers of koolhydraten. Deze producten zijn dus ‘veilig'. Let wel op met het eten van suikervrije drop. In drop zit zoethoutwortel en dat is niet goed voor de bloeddruk. Sommige mensen zijn gevoeliger voor zoethoutwortel dan andere. En vrouwen zijn er gemiddeld gevoeliger voor dan mannen. Weet overigens dat alle zoetstoffen een laxerende werking kunnen hebben en zelfs tot diarree kunnen leiden.

 

Dosering kunstmatige zoetstoffen

U mag per dag niet te veel kunstmatige zoetstoffen gebruiken. Voor volwassenen is het niet gauw te veel. Maar voor kinderen wel, omdat ze kleiner zijn. Kijk vooral ook op het etiket van het product  om te kijken welke zoetstof er in het product zit. Ter vergelijking van de hoeveelheid zoetstoffen die u mag hebben, nemen we frisdrank als voorbeeld.

 

  • Cyclamaat: dagelijks niet meer dan 7 mg per kg lichaamsgewicht. Voor frisdrank is dat voor volwassenen maximaal zeven glazen (1,8 liter). Kinderen mogen niet meer dan drie glazen. Maar let op: hoe jonger en hoe kleiner, hoe minder.
  • Aspartaam: dagelijks niet meer dan 40 mg per kg lichaamsgewicht. Voor frisdrank is dat voor volwassenen maximaal zeventien glazen. Kinderen mogen niet meer dan acht glazen per dag. Maar let op: hoe jonger en kleiner, hoe minder.
  • Acesulfaam-K: dagelijks niet meer dan 9 mg per kg lichaamsgewicht. Voor frisdrank is dat voor volwassenen maximaal elf glazen. Kinderen mogen niet meer dan vijf glazen. Maar let op: hoe jonger en kleiner, hoe minder.
  • Sacharine: dagelijks niet meer dan 5 mg per kg lichaamsgewicht. Voor frisdrank is dat voor volwassenen maximaal zestien glazen. Kinderen mogen maximaal zeven glazen per dag. En ook hier geldt: hoe jonger en kleiner, hoe minder.