Waarom is de juiste injectietechniek zo belangrijk?

Een goede injectietechniek zorgt voor een betere glucosecontrole. Bovendien vermindert het de kans op ontregeling en complicaties, zoals lipodystrofie (spuitplekken). Hoe beter je spuit, hoe beter je regulatie. En hoe minder zorgen en gedoe je hebt van je diabetes. 
 

Zorg voor een naaldje met de juiste lengte

Een goede injectietechniek begint met injecteren op de juiste diepte. De behandelaar zal de juiste naaldlengte voor je bepalen. Zet de naald loodrecht op de huid. Je hoeft geen huidplooi te pakken, behalve als je heel mager bent. Injecteer de insuline in het onderhuidse vet, dat is de vetlaag net onder de huid. Als je te diep injecteert, kan de insuline in de spieren komen. Door de beweging van de spieren wordt de insuline sneller geabsorbeerd en blijft hij dus minder lang actief. Daardoor kunnen er glucoseschommelingen ontstaan. Spierinjecties zijn ook pijnlijker en kunnen blauwe plekken geven. Merk je dat je regelmatig een spier raakt? Bespreek dan met je behandelaar of een korte naald (4 of 5 mm) beter is. De kans op een spierinjectie is dan veel minder. 
 

Gebruik altijd een nieuwe naald

Insulinepennaalden zijn bestemd voor eenmalig gebruik. Zo’n naaldje is steriel en voorzien van een coating die ervoor zorgt dat de naald gemakkelijk in de huid glijdt. Gebruik je een naald opnieuw, dan wordt hij botter. Ook is een gebruikte naald niet meer steriel en glijdt hij minder gemakkelijk de huid in. Bloedingen, infecties en blauwe plekken kunnen het gevolg zijn en het risico op lipodystrofie neemt toe. Een naald kan ook verstopt raken door kristallisatie van de insuline. Daarnaast vormt de naald een open verbinding tussen de insuline en de buitenlucht. Na elke injectie de naald vervangen dus! 
 

Ontlucht de pen

Luchtbelletjes in de insuline zijn vervelend: spuit je die in, dan kan dat pijnlijk zijn. Bovendien zit er op de plek van de lucht geen insuline – je krijgt dus minder binnen dan je berekend had. Richt de pen met de naald naar boven en tik er zachtjes tegenaan zodat alle luchtbellen naar boven stijgen. Ook in het naaldje dat je hebt geplaatst zit nog lucht. Dit naaldje moet eerst gevuld zijn met insuline voordat je de gewenste dosering instelt. Spuit daarom eerst 1 tot 2 eenheden insuline weg in de lucht. Zodra je een druppel insuline ziet aan het uiteinde van de naald, zijn de pen en het naaldje ontlucht. Daarna kun je de juiste dosis insuline injecteren. 

 

Zie je geen druppel insuline aan het uiteinde? Dan herhaal je deze handeling totdat er wel een druppel verschijnt. Bij een nieuwe insulinepen of na het plaatsen van een nieuwe penfill moet je vaak meerdere keren spuiten voordat er insuline uit het naaldje komt.   
 

Roteer de injectieplaatsen

Je kunt de insuline op verschillende plaatsen injecteren. Belangrijk is dat er genoeg onderhuids vet aanwezig is. De meest geschikte plaats is de buik. Je mag de hele buik, zowel onder als boven de navel gebruiken. Spuit alleen niet te dicht op de navel: hou ongeveer 5 tot 10 centimeter afstand. Ook billen en dijbenen zijn heel geschikt voor insuline-injecties. Belangrijk: spuit niet door je kleding of panty heen, maar maak altijd de huid bloot. 

 

Probeer de plekken waar je spuit zoveel mogelijk af te wisselen. Door dit roteren geef je de injectieplaats een aantal dagen de tijd om zich te herstellen. Roteren helpt bij voorkoming van spuitplekken, ook wel lipodystrofie of lipo genoemd. Lipodystrofie is een verdikking van de vetlaag en is vaak pijnloos. Wel kan de huid wat rood zien en soms ontstaat er een blauw plekje. Het is beter om niet in zo’n blauwe plek te injecteren. Naast dat lipo’s ontsierend kunnen zijn, wordt op die plek de insuline ook onregelmatig opgenomen. Hierdoor kun je onverklaarbare schommelingen krijgen. Controleer daarom regelmatig of je verdikkingen hebt. Niet alle lipo’s zijn zichtbaar, maar je kunt ze wel voelen als je met lichte druk met je vingers over de huid strijkt. 
 

Zo doen injecties minder pijn

Je weet het vast wel: de ene injectie is pijnlijker dan de andere. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Een botte naald en een spierinjectie zijn altijd pijnlijker. Ook de dikte en de slijping van een naald spelen een rol. De dikte van een naald wordt aangegeven in Gauges (G). Hoe dunner de naald, hoe groter de Gauges. Ook de slijping van het puntje van de naald kan ervoor zorgen dat injecties minder pijnlijk zijn. 


Wil je meer informatie? Vraag het onze experts! 

Heb je een specifieke vraag? Plan dan een 1 op 1-tje met een van onze experts. Dit kan telefonisch of in een videogesprek. Je plant het gesprek zelf op een moment dat jou goed uitkomt. 

  

Plan een 1 op 1-tje