Blog: Help, ik heb een puber!

 

Toen Fenne diabetes kreeg, was ze nog een kleuter. Een vrolijk meisje met twee blonde staartjes en lekkere bolle wangen. Toen ze werd opgenomen in het ziekenhuis besefte ze nauwelijks wat er allemaal gebeurde. Tussen het prikken en spuiten door speelde ze gezellig in de speelkamer op de afdeling. En toen ze later, weer thuis, de ene na de andere vingerprik en insuline-injectie moest ondergaan, gaf ze geen krimp. Wat een dapper grietje, heb ik vaak gedacht. En ook: wat boffen we met een meisje dat zó goed snapt dat ze goed voor zichzelf moet zorgen. En dat nadenken over wat je eet, wat je spuit en hoe vaak je prikt daar gewoon bij horen. Als anderen opmerkten dat Fenne zo zelfstandig was en dat ze zo verantwoordelijk met haar diabetes omging, kon ik dat alleen maar beamen. Dat ze deze ziekte op zo’n jonge leeftijd kreeg, leek me een voordeel. Ze groeit ermee op en ze weet niet beter dan dat dit een deel van haar leven is.

 

Maar kleine meisjes worden groot. Het kleutertje van toen is veranderd in een puber die inmiddels langer is dan ik. Knap en prachtig is ze, maar ook elke dag een beetje eigenwijzer. Ik merk dat ze soms ‘vergeet’ dat die infusieset vervangen moet worden. Dat ze een alarm van haar pomp ‘niet gehoord heeft’. Of ‘geen tijd’ had om een keer extra te checken. En ik snap het best. Pubers willen niet anders zijn dan hun vrienden en vriendinnen. Ze willen gewoon meedoen met de rest. Hoe minder tijd en aandacht er naar de diabetes hoeft, hoe liever ze het hebben. Dat ik het snap betekent overigens niet dat ik het ermee eens ben. Juist in deze periode, waarin hormonen haar bloedsuikers flink in de weg zitten, zou ze extra goed voor zichzelf moeten zorgen. Maar mijn puberdochter heeft duidelijk andere prioriteiten.

 

Dat ze inmiddels al bijna acht jaar diabetes heeft, voelt nu soms meer als een nadeel dan een voordeel. Want ze moet al zó lang elke dag nadenken over alles wat ze doet. Ze heeft al zó vaak een hypo gehad waardoor ze even gas terug moest nemen. Ze heeft zichzelf al zó veel moeten prikken. Het kan niet anders, of je wordt op een gegeven moment diabetes-moe.

 

Ik probeer dus begrip te hebben voor Fennes laconieke houding en doe mijn best om er niet te veel over te stressen. Boos worden heeft geen zin, dat levert alleen maar een stampvoetende dochter op. Maar ik vind ook dat het mijn taak is als ouder om te waken over haar gezondheid. En loslaten is geloof ik niet mijn sterkste kant.
Een puber met diabetes: dat gaat de komende jaren nog een flinke uitdaging worden… 

Geef uw reactie

Image CAPTCHA
Vul de karakters in die weergegeven worden in het plaatje.