Een sensor in het incontinentiemateriaal meet gedurende drie dagen nauwkeurig het urineverlies. Daarnaast wordt door verzorgenden het plassen op het toilet, po of in de urinaal gemeten en geregistreerd op een tablet. Het urineverlies wordt na de assessment weergegeven in een grafiek, gekoppeld aan het patroon van drinken, toiletbezoek en verschonen. Zo ontstaat een compleet beeld van het urineverlies en de vochtbalans. Dit patroon vormt de basis voor een individueel en op feiten gebaseerd continentiezorgplan, wat kan worden opgeslagen in het elektronisch patiëntendossier.

 

1. Pod en Sensor verzamelen het werkelijke urineverlies

2. Observaties worden opgeslagen op de tablet

3. Gegevens worden gesynchroniseerd en geanalyseerd

4. Adviezen worden automatisch opgesteld en weergegeven in een schema