Problemen met uw stoma: prolaps

 

Het kan zijn dat u te maken krijgt met een prolaps. Een prolaps is een uitstulping van uw darm. Iedereen met een stoma kan een prolaps krijgen, maar het komt het vaakst voor bij een dubbelloops stoma. Een prolaps kan ontstaan doordat er te veel druk op uw buikwand komt te staan. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u te zwaar tilt of als u veel moet hoesten.

 

Wat kunt u doen om een prolaps te voorkomen?

Tips die kunnen helpen om een prolaps te voorkomen:

 

  • Zorg ervoor dat u niet te zware dingen tilt.
  • Verdeel uw gewicht bij het tillen.
  • Als u last heeft van een vervelende hoest, zorg er dan voor dat u wat tegendruk geeft aan uw stoma op het moment dat u moet hoesten. Dit kan bijvoorbeeld met een kussen. Neem ook even contact op met uw arts om te overleggen over welke hoestprikkeldempende middelen u eventueel kunt gebruiken. De middelen van de drogist of apotheek kunnen namelijk verstoppend werken.
  • Ga sporten om uw (buik)spieren te versterken. Voorkom wel sporten waarbij er een te hoge druk komt te staan op uw buikwand, zoals fitness met krachtapparatuur. Overleg met uw stomaverpleegkundige over welke sporten u het best kunt doen. Let er wel op dat u in de eerste drie maanden na de stomaoperatie rust moet nemen en dus niet mag sporten.

 

Behandeling van een prolaps

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij een prolaps:

 

  • De stoma wordt teruggeduwd (door een verpleegkundige of arts).
  • U koelt de prolaps met een koud washandje of u strooit er wat poedersuiker op. Dit kan beide tijdelijk helpen; meestal heeft u daarnaast nog een behandeling nodig.
  • U wordt opnieuw geopereerd aan uw stoma.
  • U krijgt een stomasteunband om uw buikwand te ondersteunen en ergere problemen te voorkomen.

 

Soms is het nodig uw stomahulpmiddelen aan te passen, omdat de grootte van uw stoma anders wordt. Uw stomaverpleegkundige of arts zal u hierover informeren.

 

Prolaps? Neem contact op met uw arts

Denkt u dat u een prolaps heeft? Neem dan altijd contact op met uw arts. Die bepaalt wat voor u de beste behandeling is.