Wat is een canule?
Een kunststof naaldje dat achterblijft na het inbrengen van je infusieset. Via die weg wordt de insuline met een insulinepomp toegediend.
Een canule is dus een klein, flexibel buisje dat onder de huid wordt geplaatst om insuline vanuit de insulinepomp naar het onderhuidse weefsel te brengen. Het vormt de verbinding tussen een insulinepomp en je lichaam. Dankzij de canule hoef je niet telkens opnieuw te prikken; de insuline stroomt continu of in bolussen via de infusieset naar binnen.
De canule is onderdeel van de infusieset: die bestaat uit een slangetje, een pleister en het inbrengnaaldje. Bij het plaatsen wordt eerst een dun metalen naaldje gebruikt om de canule in de huid te brengen. Zodra de canule goed zit, wordt het metalen naaldje verwijderd het zachte kunststof buisje blijft achter. Via dit buisje wordt de insuline vervolgens toegediend.
Bij een patchpomp een pomp zonder infusieset wordt de insuline ook via een canule toegediend, waarbij na het plaatsen van de patchpomp de canule wordt ingebracht.
De canule wordt meestal geplaatst in het onderhuidse vetweefsel van de buik, bil, dij of arm. De plaatsing gebeurt handmatig of met een inbrenghulp, afhankelijk van het type infusieset. Bij een patchpomp gebeurd dit automatisch via de afstandsbediening.
Canule inbrengen en vervangen
De canule inbrengen is eenvoudig, maar wel belangrijk om zorgvuldig te doen. Een goede hygiëne voorkomt huidirritatie of infecties. De meeste canules moeten om de drie dagen worden vervangen om verstoppingen te voorkomen. Het is belangrijk om de insteekplaats regelmatig te wisselen, zodat de huid kan herstellen en de opname van insuline optimaal blijft.
In het kort
Een canule is een klein kunststof buisje dat onder de huid blijft zitten na het plaatsen van de infusieset. Via dit buisje wordt insuline vanuit de pomp toegediend. Het inbrengen van een canule gebeurt met behulp van een stalen naaldje, waarna alleen het flexibele deel achterblijft.